Leestijd 5 min
"Mijn schildklier is gecontroleerd, en die is goed." Dat hoor ik regelmatig in mijn spreekkamer. Vaak van vrouwen die zich al maanden moe voelen, aankomen zonder duidelijke reden en zichzelf niet meer herkennen. Ze zijn opgelucht dat er niets ernstigs is, maar blijven wel zitten met de vraag: waar komt het dan wel vandaan?
Schildklierklachten en klachten in de perimenopauze lijken sterk op elkaar. Daardoor worden ze makkelijk met elkaar verward. En soms spelen ze allebei tegelijk.
Wat doet je schildklier?
Je schildklier is een klein vlindervormig orgaan in je hals. Het maakt hormonen die bepalen hoe snel je lichaam werkt. Denk aan je energie, je lichaamstemperatuur, je spijsvertering, je hartslag en zelfs hoe helder je kunt denken. Je schildklier is als het ware de thermostaat van je stofwisseling.
Werkt je schildklier te langzaam, dan heet dat een trage schildklier (hypothyreoïdie). Werkt hij te snel, dan is het een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie). Een trage schildklier komt het meest voor, en vaker bij vrouwen dan bij mannen. De kans erop neemt toe rond de leeftijd waarop ook de perimenopauze begint.
Waarom de klachten zo op elkaar lijken
Kijk eens naar dit rijtje:
- moe, ook na een goede nacht
- aankomen, vooral rond je buik
- somberheid of minder zin in dingen
- vergeetachtig en minder scherp
- droge huid en dunner haar
- veranderingen in je menstruatie
Al deze klachten passen bij een trage schildklier. Maar ze passen net zo goed bij de perimenopauze. Andersom geldt hetzelfde: hartkloppingen, onrust, zweten en slecht slapen kunnen passen bij een te snel werkende schildklier, maar ook bij schommelende hormonen in de overgang.
Klachten die iets meer richting je schildklier wijzen, zijn het snel koud hebben, last van obstipatie, een opgezet gezicht en een trage hartslag. Maar alleen op basis van klachten kun je het verschil niet goed zien. Daar heb je bloedonderzoek voor nodig.
Uit de praktijk
Onlangs kwam er een vrouw bij mij omdat ze graag wilde afvallen. Ze deed haar best met eten en bewegen, maar de weegschaal gaf geen krimp en ze voelde zich steeds vermoeider. Tijdens haar traject lieten we haar bloed onderzoeken. Daaruit bleek dat haar TSH veel te hoog was, een teken dat haar schildklier te traag werkt. Ze is daarmee naar haar huisarts gegaan voor verdere behandeling.
Het laat zien hoe belangrijk het is om verder te kijken dan alleen voeding en calorieën. Als je lichaam op de rem staat, helpt harder je best doen niet. Dan is het zaak eerst de oorzaak te vinden.
Hoe wordt je schildklier onderzocht?
Bij de huisarts wordt meestal eerst je TSH geprikt. Dat is het hormoon waarmee je hersenen je schildklier aansturen. Is je TSH afwijkend, dan wordt ook je FT4 bepaald, het schildklierhormoon zelf. Deze aanpak is betrouwbaar om een duidelijke schildklierziekte op te sporen.
Een paar dingen zijn goed om te weten:
- Een goede uitslag is niet het einde van het verhaal. Als je schildklier goed is, is dat fijn om te weten. Het betekent ook dat het zinvol is om verder te kijken, bijvoorbeeld naar je andere hormonen, je bloedsuiker, je ijzer of je slaap.
- Waarden in het grijze gebied. Soms ligt je TSH net aan de rand van normaal. Dan kan het verstandig zijn om na een tijd opnieuw te laten prikken, zeker als je klachten houdt.
- Hashimoto begint vaak sluipend. De meest voorkomende oorzaak van een trage schildklier is de ziekte van Hashimoto, waarbij je afweersysteem je schildklier aanvalt. Het kan jaren duren voordat je waarden echt afwijken. Komt schildklierziekte in je familie voor, bespreek dat dan met je huisarts.
Wat kun je zelf doen?
Een schildklierziekte los je niet op met leefstijl alleen. Heb je een trage schildklier, dan heb je meestal medicatie nodig. Toch kun je je schildklier op een aantal manieren ondersteunen en je klachten verminderen:
1. Zorg voor voldoende jodium. Je schildklier heeft jodium nodig om hormonen te maken. In Nederland zit het vooral in brood met jodiumhoudend bakkerszout. Eet je weinig brood, let hier dan op. Meer is overigens niet beter: neem geen hoge doses zonder overleg.
2. Let op je ijzer, vitamine D en B12. Tekorten hieraan geven klachten die op schildklierklachten lijken, en komen bij vrouwen in deze fase vaak voor. Het kan zinvol zijn deze waarden mee te laten prikken.
3. Eet gevarieerd en voldoende. Heel streng lijnen vraagt veel van je stofwisseling. Eet genoeg eiwit en groente, en sla geen maaltijden over.
4. Geef stress en slaap aandacht. Langdurige stress beïnvloedt je hormonen, ook die van je schildklier.
5. Gebruik je schildkliermedicatie? Neem je tablet op een lege maag in, met water, en houd afstand tot koffie, ijzer- en calciumsupplementen. Die kunnen de opname verminderen. Twijfel je hierover, vraag het dan aan je apotheek of huisarts.
Wanneer naar de huisarts?
Ga naar je huisarts als je al langere tijd moe bent zonder duidelijke oorzaak, als je aankomt of afvalt zonder dat je anders eet, of als je een zwelling in je hals voelt. Ook bij hartkloppingen, onrust en trillen is het goed om je schildklier te laten controleren.
Hoe ik je kan helpen
Ik heb ruim 20 jaar in de huisartsenzorg gewerkt en begeleid nu ook vrouwen met hormonale en endocriene klachten. Bij twijfel tussen schildklier en perimenopauze kijk ik samen met jou naar het hele plaatje: je klachten, je bloedwaarden, je voeding en je leefstijl. Heb je een schildklieraandoening, dan help ik je met leefstijladvies naast je behandeling. Altijd in goed overleg met je huisarts of specialist.
Reactie plaatsen
Reacties